• Jacobine van den Hoek

Hoge bomen

Mailtjes met uitnodigingen druppelen binnen. Doen we mee aan een toernooi? De jongens worden weer verwacht op voetbalwedstrijden. Huwelijksdata, verjaardagen, ze worden weer gevierd. De brandschone agenda begint weer kleur te krijgen. Het oude, vertrouwde gevoel dat er zoveel te doen is en er zo weinig tijd is, begint weer terug te komen. En middenin die euforie zijn daar de gevallenen.

Hoewel Nederland weer prettiger aanvoelt zijn we er nog niet. Onzichtbare coronadeeltjes hangen als guillotinezwaarden boven ons hoofd en niemand weet of ze gaan vallen. Veel van ons zijn nog steeds gegrepen door angst. Ze turen om zich heen. Spotten het gevaar. Maar blijven blind. En dat maakt onzeker. Ze blijven weg bij restaurants, kleine evenementen en winkels. Voor de gevallenen is het lastig op te staan. Ook in Amstelveen blijven de tandwielen haperen.

Zoals ik het Stadsplein bij de lockdown ervaarde: zielloos, doods en leeg, zo ervaarde ik deze week sport- en partycentrum de Kegel. Geen rollende ballen, muziek en vrolijke mensen. Het ernaast gelegen, net geopende nationale tenniscentrum NTC voor toptennissers lag erbij als een pasgeboren baby wachtend op liefde. Het complex – ik voorspel dat het de trots van Amstelveen zal worden – kreeg geen kans zich te ontplooien, de verf was nauwelijks droog toen ze de deuren weer moesten sluiten. Vorige week oefenden de eerste rolstoeltennissers voorzichtig hun slag. Ik zag een man op de buitenbaan, zonder tegenspeler. Zijn tennisballen vlogen rakelings over het net en stuiterden op het gravel. Ja, een prof weet als geen ander dat je altijd door moet gaan, ook wanneer het tegenzit.

Hoge bomen vangen veel wind. Een cliché. Toch moest ik eraan denken toen ik de eigenaresse van NTC sprak. Ze toonde zich krachtig, vol vertrouwen, realistisch en geduldig. Zonder bomen zoals zij kunnen we niet leven. Natuurlijk, bomen staan soms in de weg, zoals bij de verbreding van de A9, maar we hebben ze nodig. We schuilen onder hun bladeren als de zon ons roostert. We ademen de door hen gemaakte zuurstof. We verwarmen ons aan afgevallen takken. Dus laten we ze koesteren, die bomen, en trots zijn op hun weerbaarheid.

Het is tijd om onze angst van ons af te schudden en onze takken weer als vanouds te laten bewegen. Laten we niet verpieteren; ga naar winkels, dat terras, sportcentrum of theater. Geloof me, het voelt fijn om weer vol in het leven te staan.


***

Jacobine schreef de debuutroman, Zondebok. Een verhaal over liefde, moed en macht in aanloop naar de 80-jarige oorlog. Het boek is (online) te bestellen bij elke lokale boekhandel. Ook als luisterboek en e-book.


Fragment:

Fye heeft al uren gelopen en haar benen voelen aan alsof ze van nat perkament zijn. Bij een lonkend slootje langs de kant van het pad trekt ze haar schoenen uit om haar voeten te verkoelen. In de bomen en struiken fluiten vogels een a-ritmisch wijsje dat haar loom en slaperig maakt. Ze gaat op haar rug liggen, spartelt met haar hielen in het water en bekijkt de wolken boven zich; makke schapen vervormen langzaam een enorme adelaar. De roofvogel is hard op weg een draak te worden als ze opschrikt van een geluid achter zich.

Een jongen verderop bekijkt haar alsof hij een natuurwonder ziet.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • YouTube
  • Instagram

 ©Copyright Jacobine van den Hoek 2020

Website redesign Astrid Works