• Jacobine van den Hoek

Bloemen

Onder een dak van bladeren zie ik kleurig, gele bloemen liggen, tussen herfstblad en losse takken, aan de voet van de boom, ruim twee meter van het looppad vandaan. Ze zijn bijeengebonden. De bloemen liggen plat op de rug en stralen een serene rust uit. Nooit liggen er verwelkte bloemen op die plek. Het is ook geen zee van bloemen. Elke keer ligt er een bescheiden boeketje dat er met liefde is neergelegd.


‘Weet jij wat daar is gebeurd?’ vroeg een vriendin mij weken terug. Ze keek me aan alsof ik een wandelende encyclopedie ben. ‘Nee.’ Ik moest haar teleurstellen. Maar de plek vlak bij de ingang van de Oude Karselaan was mij ook opgevallen. We filosofeerden waarom mensen bloemen bij een boom zouden leggen en bedachten de meest gruwelijke redenen. Had iemand zich opgehangen aan een boom? Was iemand daar in elkaar gezakt en overleden aan een hartstilstand? Of ging het om een hond? Misschien is de as van het beest bij de boom uitgestrooid en leggen ze daarom bloemen neer? ‘Uitstrooiing is verboden,’ wist een andere vriendin te vertellen. Ze had het nagevraagd nadat haar labrador op zestienjarige leeftijd was overleden. ‘Wat zou er mooier zijn geweest,’ verzuchtte ze, ‘wanneer zijn as zou worden uitgestrooid over het veldje waar hij altijd zo gelukkig draafde?’ Het mocht niet. Wat ze uiteindelijk met de as heeft gedaan zal ik hier niet schrijven.


De bel gaat. Ik sta net in de keuken met een bord met eten in de hand. Het is lunchtijd. Als ik omkijk zie ik door het voordeurraampje een jongen staan. Hij is een jaar of twintig, waarschijnlijk een bezorger. Vreemd. Ik verwacht geen pakketje. Wanneer ik de deur open, drukt hij mij een bloem in de hand. ‘Ik zie dat er iemand vijftig is geworden?’ Hij wijst naar de levensgrote cijferbalonnen voor ons raam die ik die ochtend met leedvermaak in onze voortuin heb gezet. ‘De grootste, opvallendste en lelijkste, graag,’ bestelde ik eerder bij Party Balloon. Helaas was de opblaasAbraham uitverkocht. De bezorger strekt zijn hand. ‘Het is een anthurium.’ Blij verrast neem ik zijn bloem – in Amsterdam wordt het een pik op een schotel genoemd – aan. En ik zwaai even later de man uit, die weer in het Fleurop busje stapt.


Verse bloemen. Ze symboliseren het leven, ze geven ons troost, bieden ons hoop en vooral geven ze vreugde.


Jacobine van den Hoek