• Jacobine van den Hoek

Hangjongeren


Waarschijnlijk was het al donker toen het er nog lag, half verscholen bij een bosje en argeloos achtergelaten. De eigenaar was lachend op zijn fiets gesprongen, achter zijn vrienden aan, naar een speeltuin verderop. Niemand merkte de rugzak op, iedereen liep eraan voorbij. Behalve Max.


Max sprak zijn vrienden bij de kabelbaan. Ze zaten wel vaker in het ‘bushokje’ bij de Poel. Van daaruit zag je de zon langzaam achter de bomen verdwijnen en zagen ze de kleur van het water met de laatste goudgele zonnestralen veranderen. Steeds waziger tekende de toren van de Urbanuskerk zich af tegen de donker wordende hemel. En toen het koud begon te worden keek hij op zijn horloge. Tijd om te gaan. Hij wilde zijn fiets pakken toen hij de rugzak zag, die lag er al een tijdje, werd nieuwsgierig, ritste de tas open en zag schoolboeken en een Macbook. ‘Zo, man. Die jongen heeft een m#r F#ing problem.’


‘Ik heb op alle plekken gekeken, bij het speeltuintje, overal.’ Door de telefoon klonk de stem van mijn zoon verdrietig. Hij belde vanaf mijn moeder waar hij die avond met zijn broer sliep. Pas aan het einde van het gesprek vertelde hij dat hij onze Macbook mee naar school had genomen en dat die dus ook… ‘Serieus?’ was het enige wat ik kon uitbrengen.


Net voor de avondklok inging belde een onbekend nummer. ‘Spreek ik met de moeder van...?’ Een vriendelijke agent vertelde dat iemand een zwarte rugzak op het bureau had ingeleverd. ‘Met schoolboeken en een Macbook erin?’ vroeg ik. De politieman beaamde dat en ik haalde opgelucht adem. Die avond dronken mijn man en ik op de eerlijke, jonge vinder. Twee uur later belde mijn zoon weer. Hij wist het weer: de rugzak moest bij de Poel liggen! ‘Morgenvroeg fiets ik ernaartoe.’ ‘Denk je werkelijk dat ie er nog ligt? Weet je hoe duur zo’n laptop is?’ zei ik flauw. We lieten onze puber nog even zweten.


De volgende middag stonden Max en onze puber tegenover elkaar. ‘Je zult wel in paniek zijn geweest, man?’ Onze puber trok lichtjes met zijn schouder en bromde iets. Toen keek hij de twintiger recht aan: ‘Dank dat je ‘m naar de politie hebt gebracht.’ ‘Geen dank, man.’ De hangjongeren – waar nu zoveel over wordt gesproken – glimlachten naar elkaar. Misschien kunnen we voortaan iets genuanceerder over hen denken.


Van den Hoek is columnist, tekstschrijver en schreef haar debuutroman Zondebok. Dit boek is te koop bij de lokale (online) boekhandels.