top of page
  • Foto van schrijverJacobine van den Hoek

Ode aan Amstelveen

Dagelijks wandel ik, fiets ik of rij ik door haar straten. En soms, doordeweeks, op regenachtige dagen kan ik Amstelveen haten. De saaiheid, degelijkheid en slaperigheid straalt dan van haar af. De trottoirs zijn leeg, parkeerplekken zijn vrij, de stad is verlaten. Kinderen, bij voorkeur drie stuks, en een labradoodle die past bij het interieur, zijn dan naar school gebracht. De jongste is met een elektrische bakfiets voor de schooldeur afgezet. Daar stromen kinderen, vastgeplakt aan hun mobiel en in dure merkkleding de klassen binnen. Slechts weinigen hebben ouders die bekvechten over hoge rekeningen. En als de kinderen die hebben, houden ze wijselijk hun mond. Nee, veel Amstelveners betalen zonder morren de hoge prijzen in de plaatselijke supermarkt, waarbij de supermarktdirecteur heel verstandig zijn Maserati op het dak van zijn winkel parkeert.


Om druilerige gevoel van me af te laten glijden en inspiratie op te doen voor het schrijven van dit stuk, is een wandeling in het Amsterdamse Bos altijd een goed idee. Samen met de polders en heemparken van Amstelveen is het de mooiste plek die ik ken. Daar waar Schotse hooglanders grazen, bomen groeien tot hoog in de hemel en een miniberg uitzicht biedt op een rijk stukje natuur; daar voel ik me thuis. In het bos, bij de kanovijver, waar we zomers met waterfietsen en kano’s de natuur bewonderen en waar zich vanaf het water een nieuwe wereld openbaart, daar is het goed toeven. Mensen zwemmen. Kinderen tokkelen, klimmen en spelen. Ik voel me gelukkig als ik in het bloesempark ben, en ik in april het dak van roze ontloken bloemen vanaf de loopbrug bewonder. Dat doe ik vroeg, zodat het park nog niet gevuld is met mensen. Rijendik.


Op de Zonneweide kunnen mensen hun naakte lichaam door de zon laten beschijnen. Op vrijdag is er markt op het stadsplein. Daar klinken alle talen door elkaar: Indisch, Japans, Engels, Chinees, Russisch en Hebreeuws. Amstelveen is er voor iedereen. Op het stadsplein staan vijf grote kunstletters. STOER. Ze zijn roze en zowel groot als klein. Een symbool voor diversiteit, voor heterogeniteit. Want in Amstelveen mag iedereen zijn wie die is. En daarom zal ik altijd verbonden blijven aan deze mooie stad. Omdat ik van haar hou. En omdat het mijn prachtige groene slaapstad is.



Deze ode is voorgedragen op zondag 9 april in het programma Dijkstra en Evenblij ter plekke, NPORadio1.


bottom of page