• Jacobine van den Hoek

De ogenlach

Net zeventien was ik, toen mijn vriendin en ik met een rugzak, een matje en een slaapzak door Europa struinden. Op zoek naar avontuur en ervaring. Zonder een vooropgezet plan stapten we, bij voorkeur, in nachttreinen. (Dat scheelde een overnachting.) We lieten ons brengen naar waar we op dat moment zin in hadden. Zo kwamen we aan in Praag. In de jaren negentig nog de hoofdstad van Tsjecho-Slowakije. De Berlijnse muur was net gevallen en de inwoners moesten nog wennen aan het idee dat ze het communistische juk van zich af mochten schudden. We vergaapten ons aan mooie pleinen, imposante (vervuilde) gebouwen en kochten een ijsje voor een paar cent. Toch hing er iets in de straten waardoor we ons minder op ons gemak voelden. Het waren de mensen. Ze lachten niet. Er hing een dikke treurige mist over de stad die elke glimlach in de kiem smoorde. En als de mond lachte, bleef de lach ver verwijderd van de ogen.


Als iedereen in die tijd een mondkapje had gedragen hadden we het daar nog geen dag uitgehouden, dat weet ik zeker. De kracht van de lach is een sterker bindmiddel dan de meesten zich realiseren. Misschien is dat de reden dat Aziaten hun mond vaak in een glimlach plooien? En toch voelen wij argwaan als zo’n lach de ogen niet bereikt.


Nog steeds kom ik op vrijdag graag op de Amstelveense markt. Voor marktkoopmannen en vrouwen is het een tweede natuur geworden om vrolijk te zijn. Een lach van een verkoper waarbij alles klopt zorgt ervoor dat we meer besteden. Ik trap er wekelijks weer in. En uiteraard dragen marklieden geen mondkapje dat hun USP (Unique Selling Point) bedekt!


Maar wij, gewone burgers, moeten er helaas aan geloven. Het mondkapje. En dus train ik me tegenwoordig in de ‘ogenlach’. Net als poezen die met mensen willen communiceren, knijp ik mijn ogen samen en toon ik mijn lachrimpels. (Ben ik blij dat ze niet zijn weggespoten!) Zo wordt deze dwaze wereld toch iets vriendelijker en maken we wellicht weer een praatje met elkaar, zoals dat vroeger vaak gebeurde. Laten we niet meer als bedekte schimmen langs elkaar heen lopen, maar elkaar blijven groeten. Met een ogenlach. Het is weliswaar niet helemaal hetzelfde, maar het is een poging. Een poging om de lach ook in ons ‘nieuwe normaal’ gewoon te laten bestaan. Dus mensen, doe de ogenlach!


Jacobine van den Hoek


Van den Hoek is columnist, tekstschrijver en schreef haar debuutroman Zondebok. Dit boek is te koop bij de lokale boekhandels.