• Jacobine van den Hoek

Spring

Wij, covidmaatjes, juichen als we het nieuws horen. Zojuist sprak onze drager met zijn vrouw. We gaan uit! Dagenlang bleef hij binnen. Niemand anders dan zijn vrouw was er om op te springen. En ze was geen makkelijke prooi; ze bleef uit de buurt en zorgde dat onze drager elke keer opnieuw zijn handen waste. Stom wijf. C24 probeerde haar te bereiken via de bestekbak en sprong op een mes. De aanval mislukte. Zij nam een ander mes en c24 kwijnde weg naast de vorken. Uiteindelijk lukte het c313 om over te springen. Samen met c5 klemde hij zich vast aan een aerosol terwijl de drager met haar praatte. Ik zag hoeveel moeite het de c’tjes kostten om te blijven hangen. Maar toen onze drager zijn vrouw de rug toekeerde, werd het spannend. Ze liep achter hem aan. C5 kreeg het moeilijk en hield het niet vol, liet los en viel op de grond te pletter. Alleen c313 hing nog in de lucht. En toen, als een wonder, zwaaide de vrouw met haar hand en vlogen de aerosollen naar haar gezicht. We juichten en zongen een overwinningslied. C113 was haar neusgat ingevlogen!


Daarna werd het saai. Onze drager had zoveel afweerstoffen in zijn lichaam dat het geen pretje was. Bij de cellen van zijn longen ontstonden enorme knokpartijen. Velen overleefden de aanvallen van zijn ruimploeg niet. En het lukte al helemaal niet om te muteren en verder te dwalen in zijn lichaam. Pure pech. We hadden behoefte aan een nieuwe drager.


Net als mijn vrienden ontliep ik de strijd en bleef dicht bij de keel. Als dragers weinig klachten hebben worden ze laks; we hadden er vertrouwen in dat we op tijd konden overstappen voordat de ruimploeg naar de keel zou trekken en ons met hun vlijmscherpe tanden in mootjes zou hakken. Dat moment kwam.


Onze drager rijdt met zijn grieperige vrouw naar het Stadsplein op weg naar een nieuwe testlocatie op de Rembrandtweg. Nog voor hij de auto verlaat en zijn mondkap opzet springen we op zijn handen en jas. In het drukke winkelcentrum is het een komen en gaan van c’tjes; we vliegen van aerosol naar aerosol. Kleven aan handen en balustrades, en kruipen in neuzen. Het is feest! Ten slotte laat ik me vallen op de hand van een oude vrouw. Lekker weerloos. Ik heb wel zin in een beetje binnenwerk.


Jacobine van den Hoek


Van den Hoek is columnist, tekstschrijver en schreef haar debuutroman Zondebok.