• Jacobine van den Hoek

Chapeau


De zee kolkt om haar heen. Vanuit het bootje is het land niet te zien. Ze klampt zich vast aan haar moeder, die op haar beurt haar kleine broertje tegen zich aandrukt. Zwemmen kan ze niet. Nooit geleerd. Als ze thuis naar de zee trokken was dat een dag rijden. Dat deden ze hooguit een keer per jaar en dan nog zorgde ze ervoor dat het water niet hoger kwam dan haar knieën. Met zand vormde ze een miniatuur van de berg waarop ze met haar ouders woonde, niet wetende dat ze die berg ooit zouden verlaten om met zestig mensen in een rubberboot te vluchten naar Lesbos.

Dat stel ik me voor als Dorien Keus vertelt over haar reis naar Lesbos tijdens Talkshow BV Amstelveen. Het is druk in café ’t Oude Dorp. De barvrouw overhandigt een laatste pilsje. Muziek dimt, en lichtspotjes beschijnen Doriens gezicht als ze rustig haar verhaal vertelt. Ze behoorde tot team 84, het 84e team dat een week opvang zou bieden aan de gestrande mensen bij Kara Tepe in Lesbos.

Ze zal er hebben gestaan, bij het ‘zwemvestenkerkhof’, veertigduizend zwemvesten op een hoop, het residu van even zoveel verhalen. Als je daar staat dringen beelden zich vanzelf op. Jongens en meisjes met vragende ogen. Vaders en moeders met een lege blik. Het troosteloze gebaar van een stoere jongen. Hij is net achttien geworden. Had hij zijn leeftijd maar kunnen veranderen, dan zou hij niet zijn gescheiden van zijn familie en zou hij niet voor zichzelf hoeven te zorgen.

Hoe vreemd moet het voor Dorien zijn geweest om dat van dichtbij mee te maken, terwijl onze Amstelveense jongeren zich druk maken over de aanwezigheid van wifi en over de merkkleding die ze (niet) van hun ouders krijgen.

Toch zegt ze daar niets over. Ze kwam er om hulp te bieden: ’s morgens gaf ze de kampbewoners ontbijt. Daarna sprak ze met hen en lachte, met als doel een glimlach op hun gezicht te toveren. Kleine dingen werden belangrijk. Men putte hoop uit een zaadje dat een plantje werd, en was trots op speelgoed, gemaakt van afval. Dorien nam de tijd en liet jong en oud zich weer even mens voelen.

In Lesbos leerde ze Miss Butterfly kennen, het meisje wilde altijd geschminkt worden als een vlinder. Met een penseel kleurde ze de tandeloze mond van het dametje rood. De luizen in haar haren sprongen rond alsof haar pluizenbol een circustent was. Niemand bekommerde zich om haar, behalve Dorien.

Via Because We Carry gaf ze zich op als vrijwilliger. De organisatie gelooft in de kracht van mensen en creëert daarmee beweging als een golf van hoop. Werden de mensen vanuit hun bootje eerst bedreigd door de golven, nu zal de golfbeweging hen helpen verder te komen. Chapeau.

Jacobine van den Hoek

www.becausewecarry.org (foto) Deze column is geplaatst in het Amstelveens Nieuwsblad.

Meer columns, blogs en vlogs over de boekenwereld vind je hier.

#column #Amstelveen

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • YouTube
  • Instagram

 ©Copyright Jacobine van den Hoek 2020

Website redesign Astrid Works